Inleiding

Afdrukken

Baarmoederhalskanker

De meest voorkomende gynaecologische kankers zijn kanker aan de baarmoederhals, het baarmoederlichaam en aan de eierstokken. Eierstokkanker is de meest voorkomende kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen: elk jaar wordt dit bij 1400 vrouwen vastgesteld. Kanker van de baarmoeder kan op verschillende plaatsen in dat orgaan voorkomen. De baarmoeder bestaat uit het baarmoederlichaam en de baarmoederhals. De baarmoederhals vormt de verbinding tussen het baarmoederlichaam en de schede (vagina); aan het uiteinde van de baarmoederhals bevindt zich de baarmoedermond.

Het baarmoederlichaam is van binnen bekleed met slijmvlies, dat maandelijks - bij de menstruatie - wordt afgestoten. Baarmoederhals en baarmoedermond zijn eveneens bekleed met slijmvlies. Dit wordt tijdens de menstruatie echter niet afgestoten. Het slijmvlies in de baarmoederhals bestaat uit een ander soort cellen dan het slijmvlies in de baarmoedermond. Op de plaats waar deze twee soorten cellen aan elkaar grenzen is een overgangsgebied. Baarmoederhalskanker ontstaat meestal uit cellen in het slijmvlies op de grens van baarmoederhals en baarmoedermond. Dit gebeurt doorgaans heel langzaam: tussen het allereerste begin en het moment dat er uiteindelijk baarmoederhalskanker is ontstaan, kan wel 10 tot 15 jaar liggen.


In het begin ontwikkelt zich een aantal afwijkende cellen. Er is op dat moment nog geen sprake van kanker. De cellen zijn volstrekt ongevaarlijk. Bovendien verdwijnen ze vaak weer vanzelf.`
Voorstadium en beginstadiumAls het aantal afwijkende cellen toeneemt, ontstaat na verloop van tijd een voorstadium van baarmoederhalskanker. De aandoening is in zo'n stadium nog heel beperkt en kan met een eenvoudige behandeling afdoende worden verholpen. Als dit voorstadium niet wordt behandeld, ontstaat vervolgens baarmoederhalskanker. Aanvankelijk zijn de kankercellen in een zogenaamd beginstadium. Na behandeling is de kans op genezing bij zo'n beginstadium vrijwel 100 procent.

Ook als baarmoederhalskanker zich verder heeft ontwikkeld, is er na behandeling een goede kans op genezing. Deze neemt echter wel af naarmate de ziekte zich verder heeft uitgebreid. Baarmoederhalskanker komt voor bij vrouwen van alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen van 35 tot 45 jaar. Tegenwoordig wordt deze soort kanker op wat jongere leeftijd ontdekt dan vroeger.
OorzakenBij elke soort kanker kunnen bepaalde omstandigheden het risico op de ziekte vergroten. Er zijn aanwijzingen dat bij het ontstaan van baarmoederhalskanker vaak een virus (humaan papilloma virus - HPV) een rol speelt. Dit virus wordt via geslachtsgemeenschap overgedragen en kan veranderingen aan de cellen van de baarmoederhals teweegbrengen. In een aantal gevallen leidt dit tot baarmoederhalskanker. Hoe meer wisselende seksuele contacten, des te groter de kans dat het virus wordt overgedragen. Wanneer een vrouw baarmoederhalskanker heeft, wil dit echter niet zeggen dat zij of haar partner wisselende contacten heeft gehad.

Baarmoederhalskanker blijkt vaker voor te komen bij vrouwen die roken dan bij vrouwen die niet roken. Roken beïnvloedt het afweersysteem, waardoor het lichaam meer vatbaar wordt voor ziekteverwekkers.

Naar het gebruik van de pil en het mogelijke risico op baarmoederhalskanker wordt nog steeds onderzoek verricht. De uitkomsten tot nu toe vormen geen reden om het gebruik van de pil af te raden vanwege een mogelijk risico op baarmoederhalskanker.
Klachten en symptomenVeranderingen aan de cellen van de baarmoederhals leiden in eerste instantie nog niet tot klachten. Het eerste verschijnsel dat een vrouw zelf opmerkt, is een ongewone, bloederige afscheiding. Het hoeft niet altijd om een echt duidelijke bloeding te gaan. Als er maar een beetje bloedverlies is, geeft dat een bruinige afscheiding. Soms merkt een vrouw alleen maar wat bruine veegjes.
In alle gevallen gaat het om bloedverlies buiten de normale periode van ongesteldheid om:
- Zo kan er tijdens of vlak na de geslachtsgemeenschap een bloeding optreden. Men spreekt dan van een 'contactbloeding'. Ten gevolge van geslachtsgemeenschap kan een daar aanwezig gezwel gaan bloeden. Overigens komen bij vrouwen die de 'pil' gebruiken, contactbloedingen ook wel voor zonder dat er afwijkingen aan de baarmoedermond zijn.

- Ook kan er een bloeding of wat bloederige afscheiding optreden tussen twee perioden van ongesteldheid in.

- Vrouwen die de overgang al hebben gehad, kunnen opeens een bloeding krijgen. Dit wordt wel eens verward met het plotseling terugkeren van de ongesteldheid. Als een vrouw echter al geruime tijd, ongeveer een jaar, niet meer heeft gemenstrueerd, is zo'n bloeding geen gewone ongesteldheid.
Voor alle ongewone bloedingen geldt, dat onderzoek door de huisarts noodzakelijk is om zeker te weten wat er precies aan de hand is. De huisarts zal een inwendig onderzoek doen en een uitstrijkje maken.

Met een uitstrijkje zijn ook veranderingen aan de baarmoederhals te ontdekken die nog geen klachten geven. Daardoor is het uitstrijkje een geschikte methode voor de vroege ontdekking van baarmoederhalskanker.
BehandelingWanneer baarmoederhalskanker in een voorstadium wordt vastgesteld, kan volstaan worden met een plaatselijke behandeling. Het afwijkende weefsel wordt bijvoorbeeld vernietigd door bevriezing of laserlicht. Ook kan het weefsel operatief worden verwijderd.

Bij een voorstadium van baarmoederhalskanker is deze ingreep heel beperkt. Die operatie noemt men een 'conisatie': het verwijderde weefsel heeft de vorm van een kegeltje, ook wel 'conus' genoemd.

Bij een 'echte' baarmoederhalskanker krijgt een vrouw meestal het advies om haar baarmoeder en het bovenste deel van de vagina te laten wegnemen. Dit is een relatief grote operatie omdat daarbij ook het omringende steunweefsel en de lymfklieren in de onderbuik worden verwijderd. Soms is ook een bestralingskuur na de operatie nodig.