Brandwonden

Afdrukken

Brandwonden

Brandwonden zijn beschadigingen van de huid en vaak ook van de onderhuidse weefsels, die veroorzaakt worden door de inwerking van vuur of hitte.Bijtende scheikundige stoffen kunnen dezelfde typen van verbranding veroorzaken als de inwerking van vuur en hitte. Het drinken van scheikundige stoffen zoals zoutzuur en loog, geeft inwendige verbrandingen van bijvoorbeeld de mond, keel, slokdarm en maag. Ook door elektrische stroom kan de huid ernstig worden beschadigd.
Graden van verbranding
Er worden drie graden van verbranding onderscheiden.1.  Een eerstegraadsverbranding veroorzaakt roodheid van de huid die ten hoogste 24 uur aanhoudt. Het huidweefsel is niet vernietigd en zelfs wanneer er grote delen van het lichaam zijn aangedaan, is er geen gevaar.
2.  Een tweedegraadsverbranding gaat gepaard met pijnlijke blaarvorming. Bij de brandblaar treedt vochtophoping op tussen de opperhuid en de lederhuid.
Belangrijk is dat, hoewel een deel van de huid is vernietigd, er toch nog delen van de opperhuid gaaf zijn gebleven, zodat na loslating van de wondkorstjes er uit zichzelf nieuwe huid over de wond kan groeien.
De genezing duurt, afhankelijk van de uitbreiding in de diepte, enkele dagen tot vier of vijf weken. De haarwortels en zweetkliertjes liggen diep in de huid. Zolang slechts een deel hiervan behouden blijft is wondgenezing mogelijk.
Infectie van de wond kan oorspronkelijk intact gebleven huid toch nog verwoesten, waardoor vorming van nieuwe huid wordt verhinderd. Dit maakt de vooruitzichten zeer ongunstig.

3.  Bij een derdegraadsverbranding wordt de gehele huid vernietigd. Het wondgebied reageert niet meer op gevoelsprikkels en zelfs niet op pijnprikkels. In het begin is het verbrande huidgebied wit tot grauw-wit, later bruin, perkamentachtig van kleur. Na loslating van de gevormde wondkorst komt een vaalrood of lichtrood gekleurde wondlaag te voorschijn.
Dit proces neemt bij een groot wondoppervlak veel tijd in beslag. Een derdegraadsverbranding met een middellijn van drie centimeter of meer wordt, om de genezing te bekorten, gesloten met stukjes huid die elders op het lichaam worden weggehaald (huidtransplantatie).
De ernst van de verbranding wordt niet alleen bepaald door de grootte van het oppervlak maar ook door de diepte van de verbranding, dus welke huidlagen erdoor beschadigd zijn.
Statistisch onderzoek heeft uitgewezen dat bijna een kwart van het aantal brandwonden thuis ontstaat, waarbij vooral kinderen en bejaarden het slachtoffer zijn.

Behandeling
Bij een bespreking van de eerste hulp aan de slachtoffers en de behandeling moet onderscheid worden gemaakt tussen:
  • eerste hulp;
  • optreden en bestrijden van shock;
  • wondbehandeling en wondgenezing;
  • optreden van complicaties.
Eerste hulp

De hulpverlening bij in brand staan moet in de eerste plaats bestaan uit blussen van de brand met veel water. Bij voorkeur moet water worden gebruikt, maar ook een snelblusser kan goede diensten bewijzen, mits er zorgvuldig voor wordt gewaakt dat men het slachtoffer niet in het gezicht spuit.

Doven van de vlammen is ook mogelijk door het slachtoffer strak in een deken of jas te wikkelen, waarbij vooral de uiteinden dichtgehouden moeten worden daar het geheel anders als schoorsteen werkt. Is er niets bij de hand dan moet men het slachtoffer toeroepen: "liggen en rollen". Nooit mogen de kleren worden opengemaakt of losgerukt, omdat dan het gevaar bestaat dat grote delen van de huid worden meegetrokken.

Brandwonden moeten langdurig met koud leidingwater worden afgekoeld. Dit voorkomt zwelling en pijn. Het getroffen lichaamsdeel kan men onder de kraan houden of in een teil of emmer plaatsen waarin aanhoudend koud leidingwater loopt. Ook de ingebrande kleding moet worden natgehouden.

Het verbrande oppervlak van de huid mag nooit met brandzalf, vaseline, boter e.d. worden ingesmeerd, maar behoort te worden afgedekt met een steriel verband. Indien niet aanwezig met een schoon servet of handdoek.

De verdere behandeling wordt aan de arts overgelaten. Is een groot oppervlak van de huid verbrand dan kan dit worden afgedekt met een gestreken schone doek of laken.

Blaren, hoe groot ook, mogen niet worden doorgeprikt, alleen maar afgedekt.

Bij inwendige verbrandingen ten gevolge van het drinken van zuren en logen, moet het slachtoffer langdurig met water spoelen en dit weer uitspugen. Bovendien moet hij zeer veel drinken opdat de concentratie in de maag minder wordt.

Shock

Shock is een toestand waarbij door een tekort aan circulerend vocht - hetzij bloed of weefselvloeistof - de werking van de hersenen en een aantal andere organen wordt gestoord. In deze gevallen wordt het slachtoffer bleek en klam, het gezicht lijkt ingevallen en de neus spits. Opvallend is verder dat het slachtoffer geeuwt, zucht en vooral angstig lijkt.

De gewone flauwte en shock lijken in het begin veel op elkaar. Duurt een flauwte langer dan enige minuten, dan is er meestal sprake van shock.

Is er bij een brandwond meer dan 9% van het lichaamsoppervlak aangetast dan is de kans op shock bijzonder groot. Men spreekt in dit verband van de regel van de negens. Hoofd en hals vormen samen 9% van het lichaamsoppervlak, een arm is ook 9%, een been 18%, de voorkant en achterkant van de romp ieder 18%. Dit alles opgeteld komt men op 99%. Voor de geslachtsorganen en directe omgeving geldt de resterende 1%.

Het gevaar voor shock bestaat niet alleen direct na de verbranding, maar shock kan enkele uren en soms zelfs dagen na de verbranding nog optreden. Het ontstaan van brandblaren gaat gepaard met vochtophoping tussen de opperhuid en de lederhuid. Dit vocht bestaat uit bloedvloeistof (plasma) en wordt dus onttrokken aan het circulerende vocht in de bloedbaan.

Shock kan in eerste instantie worden bestreden met het toedienen van vocht. Hierbij dient men zeer voorzichtig te werk te gaan daar de slachtoffers in veel gevallen bewusteloos zijn. In het ziekenhuis kan men zorgen voor vochttoediening via een ader in de arm.

Late shock

Shock kan dus ook geruime tijd na de verbranding optreden. Reeds lang is bekend dat de beschadiging van de huid en de onderhuidse weefsels niet direct tot stand komt. In de uren en soms dagen na het ongeval zet een aantal weinig bekende processen zich nog voort, met als resultaat dat de beschadiging zich in de diepte aanzienlijk uitbreidt.

Dit proces gaat gepaard met een verschuiving in de verdeling van het lichaamsvocht. Voor een klein deel treedt het lichaamsvocht uit de weefsels aan de oppervlakte van de huid als blaarvocht, maar voor een veel groter deel hoopt het zich in het beschadigde weefsel en de onmiddellijke omgeving op.

Waarschijnlijk speelt ook de beschadiging van de bloedvaten hierbij een grote rol. Deze toestand van shock wordt levensbedreigend indien meer dan ca. 18% van het lichaamsoppervlak verbrand is, de situatie is dan zo ernstig dat het bloed in belangrijke mate ingedikt is.

Het gevolg is dat een aantal organen, waaronder de hersenen en het hart, onvoldoende van zuurstof wordt voorzien. Meestal komt binnen 24 tot 48 uur dit proces, waarvan shock het gevolg is, tot stilstand. Door toediening van grote hoeveelheden vocht tracht men shock te voorkomen en te bestrijden.

Toediening vocht

De hoeveelheid toe te dienen vocht hang af van de ernst van de beschadiging en van het gewicht van het slachtoffer. In de loop van de jaren is hiervoor een groot aantal regels opgesteld, die in de praktijk behandelingsformules worden genoemd.

Een van die regels luidt: bij volwassenen met uitgebreide brandwonden (meer dan 9%) is de hoeveelheid vocht die toegediend moet worden - binnen 24 uur na het ongeval - 10 tot 20% van het lichaamsgewicht. Meestal wordt deze hoeveelheid toegediend als zoutoplossing, als bloedvloeistof of als zgn. kunstbloed.

Het kenmerkende van shock door verbranding is dat het te vervangen lichaamsvocht voor een klein deel het organisme eigenlijk niet verlaat, maar door het lichaam tijdelijk wordt opgeslagen in de ruimten tussen de cellen.
Wondbehandeling en wondgenezingEen open wond is een ideale voedingsbron voor de alomtegenwoordige bacteriën die vroeg of laat elke brandwond binnendringen. De weerstand van het lichaam wordt voor een belangrijk deel bepaald door een aantal bloedfactoren, hetgeen betekent dat een wondkorst die niet of nauwelijks wordt doorbloed, geen weerstand bezit tegen binnendringende bacteriën.

Infectie van de wond kan tot gevolg hebben dat de bacteriën via de bloedsomloop in vele organen van het lichaam terechtkomen. Dit is een van de gevaarlijkste complicaties die een patiënt met brandwonden bedreigen. Dit gevaar blijft in het algemeen bestaan tot de wond zich spontaan sluit of door stukjes gezonde huid wordt gesloten.

Lokale behandeling

De plaatselijke behandeling van brandwonden is gericht op het bevorderen van het sluiten van het wondoppervlak en het tot staan brengen of remmen van infecties. Ter bestrijding van de infecties wordt de patiënt, indien mogelijk, afgezonderd in een speciale afdeling van het ziekenhuis waar de gehele behandelruimte en ook de lucht vrij van ziektekiemen is gemaakt en wordt gehouden, terwijl ook antibiotica worden gegeven.

Indien er sprake is van omvangrijke verbrandingen, wordt de patiënt behandeld in een speciaal brandwondencentrum.

In veel behandelingscentra voor brandwonden worden goede resultaten bereikt met de zgn. open behandeling: door een bepaalde omgevingstemperatuur droogt het wondoppervlak volledig uit, waardoor ook de groei van bacteriën wordt geremd. Het wondoppervlak wordt veelvuldig gecontroleerd en alle afgestorven deeltjes worden zorgvuldig verwijderd.

Huidtransplantatie

Eerste- en tweedegraadsbrandwonden kunnen spontaan genezen, dwz. zonder huidtransplantatie. De definitieve sluiting van derdegraadsbrandwonden is slechts mogelijk met behulp van huidtransplantaties. Het beste resultaat wordt bereikt met gebruik van de eigen huid (autotransplantaat). Voor deze transplantatie worden stukjes huid van de patiënt zelf gebruikt. Dit betekent echter tevens dat het wondoppervlak tijdelijk vergroot wordt, omdat elders in het lichaam wonden worden gemaakt bij het wegnemen van de huidstukjes voor de transplantatie.

De situatie kan kritiek worden indien de overgeplante huid (transplantaat) niet op het wondoppervlak wil groeien. De genezing kan dan zeer lang duren. Bij de meeste brandwonden slaat het transplantaat na verloop van tijd goed aan en verloopt het genezingsproces ongestoord.

Soms is het niet eens nodig dat het gehele wondoppervlak met een transplantaat wordt bedekt. Soms maakt men gebruik van smalle strookjes huid, die als een soort kippegaas op het wondoppervlak worden gelegd. Van hieruit wordt het genezingsproces op gang gebracht. En belangrijk voordeel van deze methode is dat veel minder huid voor de transplantatie nodig is.

De behandeling van ernstige brandwonden is als het ware een wedloop met de tijd. Zolang er grote wondvlakken zijn, wordt de genezende kracht van de omringende weefsels door talrijke gevaren (infecties, afstoting en vochtverlies) bedreigd. Met een huidtransplantatie wordt ernaar gestreefd eerst de functie van de huid te herstellen en pas daarna het uiterlijk.
ComplicatiesNaast de reeds genoemde shock is er nog een aantal andere complicaties die het leven van een patiënt met brandwonden bedreigen. Door de slechte bloedvoorziening van een aantal organen gedurende de shockperiode kunnen o.a. de nieren ernstig worden beschadigd.

Een bijzondere complicatie is het optreden van een ernstige bloeding uit een zweer in de maag of de twaalfvingerige darm. Dergelijke bloedingen worden ook wel na andere ongevallen gezien, maar vooral ten gevolge van een ernstige brandwond kunnen zij bijzonder gevaarlijk zijn. De oorzaak van het optreden van deze bloedingen uit reeds bestaande ingewandszweren is niet bekend.

Door hitte-inwerking of inademing van giftige dampen kunnen de ademhalingsorganen ernstig worden beschadigd. Verbranding van het gezicht houdt meestal in dat ook de ademhalingswegen zijn aangedaan. In het verdere verloop kan dan een ontsteking van de luchtpijp, de luchtpijptakjes of het longweefsel ontstaan. Dergelijke complicaties vertragen een spoedig herstel van de patiënt.

De overlevingskans van een patiënt staat in direct verband met de omvang van het verbrande gebied en de leeftijd. Zuigelingen, kleuters en bejaarden staan bij verbranding aan grotere gevaren bloot. Op hoge leeftijd is een onbeduidende verbranding van enkele procenten vaak al levensgevaarlijk.
Brandwonden bij kinderen
Jaarlijks overlijden in de Benelux 45 kinderen aan de gevolgen van brandwonden die ze in of om huis hebben opgelopen. Driemaal zoveel kinderen branden zich jaarlijks zo ernstig dat zij levenslang invalide blijven, het totale aantal brandwondpatiëntjes dat in ziekenhuizen wordt opgenomen, is ruim 2000 per jaar, terwijl nog eens 85.000 door hun huisarts of poliklinisch worden behandeld.

Brandwonden zijn een van de ernstigste ongevalsletsels die het jonge kind bedreigen. Vaak wordt vergeten dat niet alleen open vuur een groot gevaar vormt. Ook bijvoorbeeld water van nog geen 45 graden Celsius kan voor kleine kinderen gloeiend heet zijn en ernstige brandwonden veroorzaken.

De gevolgen van verbrandingen zijn in het algemeen ernstiger dan de meeste andere ongevalsletsels. Dit geldt zeker voor kinderen: naast de opvallende littekens houden zij vaak nog jarenlang een groot angstgevoel aan een dergelijk ongeval over.
Oorzaken en gevolgenSteeds weer blijkt dat warme vloeistoffen de grootste boosdoeners zijn. Open vuur speelt in een aantal gevallen eigenlijk maar een ondergeschikte rol, maar verdient gezien de ernst van de letsels zeer veel aandacht. Brandwonden door contact met een warm voorwerp vormen een derde belangrijke categorie.
Warme vloeistoffen

Thee, koffie, hete melk, gesmolten vet en badwater staan boven aan de lijst. Opvallend is dat thee vaker bij dit soort ongevallen is betrokken dan koffie. Meestal gebeurt dit soort ongevallen doordat het kind een volle kan of pas gevuld kopje omstoot, bijvoorbeeld als het bij iemand die theedrinkt op schoot zit.

Maar ook proberen kinderen dikwijls een kan of kopje van het aanrecht of de tafel te pakken, waarbij zij als het even misgaat de gloeiend hete inhoud over zich heen krijgen.

Vooral de 1- tot en met 4-jarigen lopen daarbij de grootste risico's. Op latere leeftijd hebben kinderen blijkbaar geleerd om een stuk voorzichtiger met hete vloeistoffen om te gaan.

Een kind dat in de keuken rondloopt terwijl daar iemand staat te bakken of te braden, kan bij het keren van het vlees heet vet over zich heen krijgen. Ook andere hete vloeistoffen blijken vaak brandwonden te veroorzaken.

De meeste ongevallen met warm water uit de kraan ontstaan doordat ouders of verzorgers onvoldoende de temperatuur van het bad- of douchewater hebben gecontroleerd. Veel warm-waterinstallaties staan afgesteld op temperaturen boven de 55 graden Celsius. Te weinig realiseert men zich echter dat water van 55 graden Celsius na een halve minuut al ernstige brandwonden tot gevolg kan hebben.

Open vuur

De ernstigste brandwonden worden veoorzaakt door open vuur. Vooral als het interieur van een woning in brand raakt en personen zich nog in huis bevinden, zijn de gevolgen nauwlijks te beschrijven. Hier vallen dan ook veruit de meeste dodelijke slachtoffers te betreuren.

Gebleken is dat er tamelijk onzorgvuldig wordt omgesprongen met lichtontvlambare stoffen: het bijvullen van een brandende barbecue of gourmet met spiritus heeft niet alleen volwassenen maar ook veel kinderen in de (poli)kliniek doen belanden.

Vooral bij de wat oudere kinderen is vuurtje stoken een populair en spannend tijdverdrijf. Daarbij wordt nogal eens plastic gebruikt, want dat knalt zo lekker in de vlammen. De meeste kinderen weten niet dat plastic door dat knallen uiteenspat, op de huid terecht kan komen en daar diepe brandwonden kan achterlaten.

Warme voorwerpen

Brandwonden door contact met een warm voorwerp (oven, fornuis, gaskachel, radiator) doen zich vooral voor bij de 1- en 2-jarigen. Oudere kinderen hebben dit soort risico's leren kennen en passen wel op. Zij branden zich hooguit nog aan de gloeiendhete uitlaat van een bromfiets.
Preventie van brandwonden

Het is een misverstand dat alle ongevallen gebeuren in een onbewaakt ogenblik. Integendeel zelfs: uit de praktijk blijkt dat de moeder, vader of verzorger zich op het moment van het ongeval vaak in dezelfde ruimte (woonkamer, keuken) bevindt als het kind en met eigen ogen ziet wat er, meestal in een fractie van een seconde, gebeurt.

Het is moeilijk aan te geven welke factoren precies een rol spelen bij het ontstaan van dit soort ongevallen. Feit is wel dat kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar de kwetsbare groep vormen en dat jongens vaker brandwonden oplopen dan meisjes.

Voorts kunnen tijdelijke omstandigheden, zoals een onverwacht bezoek of een verhuizing de kans op een ongeval vergroten.

Onverwachte gebeurtenissen, zorgen en problemen, het zijn allemaal zaken die ten koste kunnen gaan van de aandacht voor het kind en voor de veiligheid in en om huis. Daarom geldt ook hier: je mag kleine kinderen geen tel alleen laten.

Verbrandingen zullen nooit helemaal worden uitgebannen. Je hebt nu eenmaal niet alles zelf in de hand. Maar dat betekent niet dat de meest ernstige en meest voorkomende ongevallen niet verder kunnen worden teruggedrongen.

Kinderen hoeven niet bang gemaakt te worden voor vuur of warme vloeistoffen. Die horen bij het dagelijks leven. Maar ze moeten wel zo vroeg mogelijk leren wat de risico's zijn. In hun eerste levensjaren zijn ze nog te klein om dat te begrijpen. Het komt vooral aan op wat u doet om de kans op een ongeval zo klein mogelijk te houden.
Hierop letten bij hete vloeistoffen

# Laat een kind nooit achter bij artikelen die warme vloeistoffen bevatten, zoals emmers heet water, hete kook- en braadpannen, pannen met heet vet of hete soep en gevulde koffie- en theepotten.

# Zet ketels en pannen met warm water, soep e.d. en braad- en frituurpannen zoveel mogelijk achter op het fornuis. Houd stelen en handgrepen altijd buiten bereik van grijpgrage kinderhandjes (stelen naar achteren draaien). Etenspannen horen midden op tafel, net als de thee- en koffiepot en het fondue/gourmetstel. Gebruik daarbij liever geen tafelkleed (de kinderen gaan eraan hangen en trekken zo de hete pannen of kannen van tafel).

# Laat, als u het bad- of douchewater mengt, altijd eerst de koudwaterkraan lopen. Controleer de temperatuur van het water nauwkeurig, bijvoorbeeld met de pols. Kleine kinderen mogen nooit alleen in bad of douche worden achtergelaten, al was het alleen vanwege de heetwaterkraan die ze makkelijk zelf kunnen opendraaien.
Hierop letten bij open vuur

# Houd lucifers en aanstekers ver buiten het bereik van jonge kinderen.
# Laat een kind nooit alleen achter bij open vuur zoals een brandende open haard, kaars, olielamp, gaspit, barbecue, spiritusbrander.
# Maak jonge kinderen altijd duidelijk dat ze nooit aan brandende kaarsen mogen zitten.
# Een barbecue is ook voor kinderen fascinerend, maar realiseert u zich wel dat het geen kinderspel kan zijn. Houd ze daarom op een veilige afstand.
# Leer kinderen dat het gevaarlijk is om plastic artikelen en spuitbussen in open vuur te gooien, bijvoorbeeld bij vuurtje stoken of in de open haard.

EHBO en behandelingHet is van levensbelang dat u (en eventueel uw kind) weet hoe er moet worden gehandeld als het toch misgaat. Dit is dan het voornaamste:
  • Langdurige koeling haalt de hitte uit het weefsel en zet de verbranding stop. Laat daarom geen minuut verloren gaan. Gebruik als het kan zacht stromend koud leidingwater (bijvoorbeeld onder een douche) en giet het water voorzichtig over de brandwonden heen totdat de pijn is verdwenen.
  • Brandwonden in het gezicht behandelt u het beste met natgemaakte doeken. Ga door met koelen totdat de pijn is verdwenen. Houd dat bij kleine kinderen 10 minuten vol.
  • Smeer niets op de wonden. Brandzalf is echt niet steriel en melk, boter en tandpasta helpen evenmin. Kleine wonden mogen met een vet-steriel gaasje worden afgedekt, de wat grotere plekken met een pasgewassen theedoek, servet, tafel- of beddelaken.
Als kleding heeft vlamgevat
  • Probeer kalm te blijven en ga niet rennen: dat wakkert de vlammen aan. Leg het slachtoffer onmiddellijk op de grond.
  • Rol om en om, zodat de vlammen doven. Doe dat niet te snel, anders wakkert u de vlammen aan.
  • Probeer de vlammen met water te doven. Is er geen water, wikkel dan het slachtoffer in een deken, jas, kleed of overgordijn en trek die bedekking goed dicht bij de hals. Zo wordt voorkomen dat het vuur of de rook het gezicht en de hals bereikt.
  • Kleding of resten van kleding niet verwijderen om de huid niet nog meer te beschadigen.
  • Bel zo gauw mogelijk een arts of alarmcentrale.
  • Zijn de brandwonden van dien aard dat vervoer wel mogelijk is, breng het slachtoffer dan meteen naar het ziekenhuis. Als hoofd en/of hals door het vuur zijn aangetast, dan bij voorkeur het slachtoffer in een zithouding plaatsen en zo nodig zittend vervoeren.
  • Gaat het om ernstige verwondingen, geef de patiënt dan in geen geval iets te drinken. Wacht altijd eerst op de arts of ambulance.

Verbonden onderwerpen